Kat


Voor de operatie moet uw kat nuchter zijn. Dit betekent dat de avond tevoren vanaf 22.00 uur niet meer gegeten
mag worden. Drinken mag wel. De dag van de operatie, kunt u hem/haar om 9.30 uur ’s ochtends brengen, tenzij
anders afgesproken. In de meeste gevallen kan de patiënt om 17:00 uur worden opgehaald.
Bij het ophalen zal uw kat wakker zijn. Vaak nog wel een beetje “dronken” en slaperig. Leg uw kat daarom op een
rustige warme plek met in de buurt een drinkbak met een beetje water.
’s Avonds mag u een klein beetje eten geven (maximaal een kwart van de normale hoeveelheid, tenzij anders vermeld),
maar wees niet verbaasd als uw kat nog geen trek heeft of het eten weer uitbraakt.
Uit de wond kunnen nog enkele druppels bloed/bloederig vocht komen, maar bij meer dan enkele druppels bloed
moet u contact met ons op te nemen. Uw kat mag niet aan de wond likken. Als dat wel gebeurt, moet u een kraagje
op komen halen. In plaats van een kraagje kan in sommige gevallen ook een speciaal daarvoor gemaakt rompertje
worden gebruikt.
Tips bij gebruik van een kraagje: Als u een kraagje mee heeft gekregen, is het in de meeste gevallen het beste dit
permanent om te laten. Bent u heel dicht in de buurt en weet u zeker dat uw kat van de wond af blijft, dan kan het
kraagje even af. Bijna alle katten kunnen gewoon eten en drinken met het kraagje om. Let even op of uw dier dit inderdaad
ook kan. Er mogen geen stukken uit het kapje worden geknipt. Katten mogen met een kraagje om niet naar buiten.
Meestal is na de operatie een pijnstiller toegediend, die 24 tot 36 uur werkt. Als u van ons pijnstillers heeft meegekregen
start u daarom pas de dag na de operatie met het geven daarvan.
De eerste week na de operatie moet uw kat het nog rustig aan doen. Houd uw kat minimaal 24 uur binnen.
Na minimaal 10 dagen mogen de hechtingen  verwijderd worden. Als u voor die tijd de wondgenezing niet vertrouwt,
kunt u ons bellen. Indien nodig wordt een extra controle ingelast.